FEEDER-VISSEN.

Feederhengels in het algemeen.
De hengels voor het feederen zijn er in verschillende maten en grote.
Er kan echter een onderscheid gemaakt worden en worden opgedeeld.
Men spreekt over een light, medium en de heavy feeder.
Light: feeder (voor lichte korven.(40-50 gram)
Medium: feeder(voor de wat zwaardere korven.(70-80 gram)
Heavy: feeder (voor de zware korven.(100-120 gram)
De moderne feederhengel is gemaakt van carbon, glasvezel of een combinatie van
beide materialen. Lengten van 3,5m tot 4,5m zijn het meest geschikt en meestal
bekomt men deze lengten door drie tot vijf onderdelen te monteren. Ieder
onderdeel is voorzien van een aantal ogen, er zijn er meer op de top dan
onderaan,
en het aantal varieert tussen 15 a 20 stuks voor de ganse stok.
De geleideogen zijn vaak van aluminium of kunststof en soms voorzien van een
ceramische antislijtlaag. Duurdere rods zijn dikwijls verlengbaar door een stuk
te plaatsen (zonder oog) tussen molen en het eerste oog. Het gewicht van de
werphengel (zonder molen) schommelt tussen de 200 a 500 gram. De handgreep is
meestal van kurk of kunststof en is voorzien van schroefringen om de molen
stevig vast te klemmen op de hengel.

De Light Feederhengel,die gebruikt men
voor de kleinere en niet stromende wateren. Deze zal ook korter van lengte
zijn,ook kan men met deze light, de minder zware voerkorf gebruiken. Als
men hierop een zware voerkorf inzet zal de lichte en flexibele top te sterk
doorbuigen. De light zal ook worden gebruikt voor de kleinere vis. Ook zal de
lente van de light niet echt langer zijn dan 2.10 meter.
Het gewicht van de voerkorf zal gemiddeld niet boven de 30-40 gram uitkomen. De
medium feeder zal worden ingezet op een licht,stromend water. Hier word de
lengte van de hengel en gewicht van de feeder groter. Ook kan men hier de
zwaardere korf in zetten,om een korf toch door de lichte stroming van het
water, op een juiste stek te laten liggen. Het gewicht van de voerkorf zal boven
de 40 gram kunnen bedragen, op de hengel en top zal ook het maximale gewicht
staan. Let hier goed op tijdens het kopen.
Heavy feeder zal worden ingezet op een sterk stromend
water. Deze feederhengel is met kop en schouders ook de langste en stug in
gebruik. De voerkorf waar men dan mee vist zal een gewicht kunnen dragen van
gemakkelijk 100 gram. Het afsteunen van een heavy feeder, in een sterk stromend
water, is een ander verhaal als bij de light en de medium. Het afsteunen van de
hengels word beschreven in een ander hoofdstuk.

Hengel toppen zijn ervoor om de beet registratie zo goed
mogelijk waar te nemen.
Meestal spreekt men ook hier weer over een light, medium en heavy top. Soms
worden er al topjes extra geleverd bij de aanschaf van een feeder hengel. Indien
dit niet het geval is,kan men deze er bij kopen. Het kan dus erg handig zijn om
deze er gelijk bij te kopen. Laat U goed voorlichten en bedenk voor dat u een
hengel aanschaft, goed waar u deze wilt gaan inzetten. Ook kan men met de
verschillende hengels,de afstanden beïnvloeden. De afstanden,die men kan gaan
werpen zijn onderworpen aan de ervaring die men in huis heeft oefening baart
kunst.
Ook de prijs en kwaliteit,zijn belangrijk. Denk dan altijd aan levensduur en onderhoud van de hengel. Dat ik voor u niet kan beslissen welke hengel u moet aanschaffen mogen duidelijk zijn .Maar laat u goed voorlichten en slaap er nog eens een nachtje over voor u een hengel aanschaft.
FEEDERVISSEN HOE, EN WAT IS FEEDERVISSEN EIGELIJK !!!

Feedervissen algemeen :
Witvissen is en blijft de meest populaire tak binnen de hengelsport
en dat is geen wonder want witvis zwemt zo'n beetje in elke sloot, plas of
rivier in Nederland. Gebruikte men vroeger enkel en alleen een vaste hengel om
voorn, Brasem, Zeelt en ga zo maar door achter de vinnen aan te zitten dan heeft
de moderne sportvisser heeft heel wat meer technieken voor handen !!
Omdat je met de vaste hengel toch beperkt was in de te bevissen afstand kwam de
feederhengel als geroepen. Een lange werphengel van het liefst een dikke drie
meter om het aas veel verder te werpen.
In het bovenste deel van de hengel kunnen verschillende toppen worden
gestoken,
afhankelijk van het werpgewicht en de lijndikte. De toppen die bij de hengel
verkocht worden zijn vaak voorzien van een kleur. Er wordt veel met de kleuren
rood, oranje en geel gewerkt. Deze kleuren staan voor een bepaalde stugheid van
het topeind. Op de wat duurdere hengels staat ook vermeld welke gewichten
maximaal geworpen mogen worden.
De feederhengel is, als het op witvissen aankomt, een dodelijk wapen op elk type water. Met de feederhengel valt nu eenmaal machtig veel vis te vangen, vaak meer dan met de vaste hengel of de matchhengel. Op bepaalde wateren - en die zijn er ook bij u in de buurt - zijn vangsten van vele tientallen kilo's voorn, brasem en of blei werkelijk niet uitzonderlijk en zeker niet alleen voor de specialisten weggelegd. De praktijk heeft uitgewezen dat ook beginners in de feedervisserij op goede dagen formidabele vangsten kunnen realiseren.

Nog een antwoord op de vraag "Waarom feedervissen?" vinden we in de eenvoud van deze visserij. Feedervissen is niks meer dan het vissen met een speciale werphengel (voorzien van een gevoelig topje) en een voerkorfje; de simpelheid zelve! Het moet wel heel gek lopen, willen beginners hun eerste pogingen niet meteen al beloond zien met een paar fraaie aanbeten en zelfs vissen. Zolang zij zich maar aan een paar basisregeltjes houden. Die komen later in dit verhaal aan bod.
Het feedervissen in al haar facetten is uit de moderne hengelsport gewoon niet meer weg te denken, vooral bij het wedstrijdvissen en de resultaten spreken voor zich. Het spreekt voor zich dat men voor deze techniek het juiste materiaal bij de hand moet hebben. Deze keuze wordt bepaald door het viswater en , de weersomstandigheden, de visstand.
Verder is het altijd een goede zaak om de dingen niet al te ingewikkeld te maken en een montage te gebruiken zonder al te veel toeters en bellen. Zorg er altijd voor dat alle elementen volledig op elkaar zijn afgestemd.
Feeder vissen doe je met een werphengel en een voerkorfje. Dit is een korf van draad of kunststof waarmee je een portie lokvoer direct bij je haakaas op de bodem kunt brengen. Het voerkorfje zit met een zijlijn vast aan de hoofdlijn. De korf is zo bevestigd dat die kan schuiven over de lijn. Hoe zie je dat je beet hebt: Je ziet dat je beet hebt wanneer je top beweegt. Je top kan bewegen doordat je ingooit en de lijn strak draait de top staat zo ietsjes krom gespannen staat als die gaat bewegen heb je beet en haak je de vis.
Een tijdlang heeft het erop geleken, dat de Engelse methode van witvissen,
die toch ook in de onze laaglanden langzamerhand begon door te sijpelen,
voorbehouden zou blijven aan een handvol fanatieke hengelaars.
Waarschijnlijk wordt deze vorm van visserij een van de meest populaire vormen
van vissen, omdat het zo'n spectaculaire bezigheid is. Bijna elke vis is er mee
te vangen, behalve de actieve en voorzichtige soorten zoals de snoek en de
snoekbaars.
Voor oudere vissers met een verminderd gezichtsvermogen is feedervissen een ware uitkomst. Zij hoeven niet langer te turen naar het minieme antennepuntje van een scherp afgesteld dobbertje. Bij het feedervissen wordt helemaal geen gebruik gemaakt van een dobber. De dunne, felgekleurde en gevoelige hengeltop fungeert als beet indicator.


Waarom is voeren zo belangrijk.
Voer is er niet alleen voor om de vis naar het aas te lokken,
het voer wat er in de voerkorf gaat is ook een transport middel om het aas op de
gewenste afstand en plaats te krijgen. Gebruik ook altijd verse ingredienten.
Het voer zal ook dienen als werpgewicht om het aas op de stek te krijgen.
U zult begrijpen dat er inmiddels vele soorten voer zijn, zowel kant-en-klaar
als een eigen gemaakt voer. Een voer wat U kant-en-klaar in de betere
hengelsport winkel verkrijgt zal misschien niet aan U eisen voldoen.
Let erop dat men een voer maakt of kant-en-klaar koopt
geschikt is voor de witvis, dus voornamelijk voorn en brasem.
Indien U het in de winkel koopt laat U goed voorlichten over het voer.
Om een gerichte vis sessie aan te gaan zal men een voer aan moeten maken voor
voorn of voor brasem. Een voorn is niet zoals de brasem kieskeurig over zijn
eten.
Uit ervaring is gebleken dat een brasem een lekkerbek is en op een iets zoeter
aangemaakt voer afkomt.
Maakt U een voer voor brasem dan is de kans groot dat U ook voorn zult vangen,
andersom word het een stuk moeilijker.
Om het voer in de voerkorf te krijgen moet men het voer bereiden.
Als tip wil ik u meegeven maak het voer het liefst klaar aan de waterkant.
Hier zijn de meningen heel erg over verdeeld onder de vissers. Zie de twee
verschillende reactie hieronder van vissers.
Reactie 1
Het is beter om het ruim van te voren aan te maken,vooral omdat feedervoer
aan de buitenlucht blootgesteld wordt en dus nog sneller uitdroogt.
Voor stilstaand water is droger voer soms juist goed voor een goede werking,
maar op de Maas en zo wil je gewoon een optimale kleefkracht en minder werking.
Zelfs al wil je met droger voer vissen dan nog is het beter om het ruim van
tevoren aan
te maken om er zeker van te zijn dat het niet te droog wordt.
Als ik het te kort van tevoren aangemaakt heb dan heb ik vaak een plantenspuit
nodig om het uitdrogende voer goed vochtig te houden.
De vochtigheid van het voer dat ik ruim op tijd heb aangemaakt hoef ik alleen op
peil te houden
door steeds wat casters met een beetje water waar ze in liggen door het voer te
menge
Reactie 2
Ik bevochtig mijn feedervoer altijd pas aan het water waar ik ga vissen en
gewoon met het water waarin ik vis. In een aantal malen bevochtigen en netjes
zeefen, flink wat maden en wat casters erin en vissen maar. Op ons viswater mag het wel een beetje kleven het is hier gemiddeld
3 meter
diep en het stroomt nogal, als je voer hier te droog is zit je zonder voer te
vissen als je korfje beneden gekomen is. In de zomer moet je dan ook regelmatig
je voer weer wat bevochtigen. Ik vis met mijn eigen voer uit verschillende ingredienten samengesteld en heb de ervaring dat hier na een visdag de volgende
dag de eigenschappen minder zijn.
Mijn ervaring is dat je altijd het beste het voer aan de
waterkant kunt klaar maken. Als je het voer een avond er voor maakt dan kan je nooit
zien wat de
omstandigheden zijn van het water op het moment dat je gaat vissen.
Is het rustige water met weinig stroming of juiste water met heel veel stroming.
Het voer moet meestal aanworden gemaakt met water. Let op dat je er niet teveel
water bij doet, het is makkelijker om er iets water bij te doen als het er weer
uit te halen.
Doe dit alles voordat men de hengels optuigt je heb op dat moment nog ruimte om
het voer aan te maken en je gaat niet op je hengels staan.
Tip Tip Tip..., bevochtig het voer in een ruime emmer met
een spons. Laat het voer ook naar dat men het heeft bevochtigd even tot rust
komen ongeveer 10 minuten
Naar dat het voer in drie delen is bevochtigd en is klaar gemaakt,
maakt men er een bal van ter grote van een tennis bal .
Kneed de bal goed samen en laat deze boven de emmer terug vallen in de emmer.
Valt deze snel uit elkaar dan is het voer te droog, komt er tijdens het kneden
water uit de voerbal dan is het voer te nat.
Voer is pas goed als het naar het werpen tijdens het raken van het water
langzaam uit een valt.
Een klein balletje een meter uit de kant gooien is perfect om te testen of het
voer goed is.


Als het voer gereed is dan gaat deze in een voerkorf samen met het aas aan
het vis haakje
en zal gegooid moeten worden naar de visstek waar je wilt gaan vissen.
Om een iets groter voer plek te maken kunt U eerst 4 of 5 korven
met voer naar de plaats van bestemming gooien.
Daarna doet u pas het onderlijntje met het haakje en
de aas aan de korf bevestigen en gaat het vissen echt beginnen.
Hieronder een basis voertjes voor brasem.
1 deel beschuitmeel,
1 deel broodmeel,
1 deel vanille poeder of vanille suiker,
1 deel fijne paneermeel,
Een klein stukje droge en fijn gemaakte ontbijt koek.
Mengt men hier nog iets van aas door heen bijvoorbeeld
maden, mais of casters (pop maden) dan is het voer geheel compleet.
Hieronder een basis voor een Simpel feedervoertje .
Basis: paneermeel en beschuitmeel. maatbeker 150cc
Bindend: collant en maismeel. maatbeker 150cc
Wolkend: melkpoeder en manioc. maatbeker 75cc
Werkend: havermout en hennepzaadmeel.maatbeker 75cc
Geurstoffen: fenuqriek en coriander. maatbeker 25cc
Smaakstoffen: melasse en vanille. maatbeker 25cc

Hieronder een verhaal van een Belgisch visser hoe hij zijn voer
klaar maakt.
Voor een lekker brasemvoertje maak ik altijd gebruik van van standaard voertjes.
Heel eenvoudig, en snel in elkaar te zetten.
Je hebt er voor nodig, de volgende standaard voertjes:
Als hoofdvoer neem ik feedermix.
Het geel spul, niet te verwarren met Belgisch geel,
wat eigenlijk speciaal voor het feedervissen is.
Dit gebruik ik dus als basis.
Het is in grote zakken te koop van ongeveer 1 kilo.
Dan de toevoegingen :
Belgisch geel, waarom het zo heet weet ik niet, maar het zorgt ervoor dat je een
luchtig voertje krijgt.
Het zorgt er ook voor dat er een dwarrelende kolom van deeltjes rond je voertje
maakt.
Het zit in zakken van ongeveer een kilo.
Gegrilde hennep. Waanzinnig spul, ruikt heerlijk,
en de vissen smullen er van. Brasem is er gek op.
Je doet er wel een aantal keer mee. Is alleen bedoeld als een toevoeging.
Maison brasem voer. Dit gebruik ik ook altijd als een toevoeging, dus niet als
een hoofdvoer.
En dan een hele goede toevoeging is mais.
En dan niet zo'n duur blikje bij een vis-zaak, maar gewoon uit de supermarkt.
Zo'n blikje koop je nog voor geen euro..... En je vangt er brasem mee,
ongelooflijk.
Aromix Brasem Dit is een zoetstof speciaal voor brasem
zeggen ze.
Nou andere vis is er ook gek op, maar het gaat er om dat je voer lekker zoet is.
Dit is geweldig spul. Met zo'n fles doe je best wel lang. Telkens doe je maar
een scheutje in je voer.
Ook kasters moeten er door het voer. Je kan nieuwe kopen,
maar ik gebruik altijd de oude maden van een paar dagen terug, die verpopt zijn.
Zodoende raak je ook van je oude maden af, en dat scheelt weer.
Een hele goede tip is dat je deze oude maden eerst op een zeef gooit, en flink
schut.
Het maismeel wat amoniak bevat, hetgeen door de maden is afgescheiden,
schut je hiermee van de kasters af.
Dit komt dus niet door je voer. Alleen kasters dus.
Het in elkaar zetten van het voer.... Nodig:
4 delen feedermix
3/4 deel gegrilde hennep
3/4 deel belgisch geel.
1/2 deel brasem voer.
Een flinke hand kasters. Het moet zo zijn dat er genoeg in het voer zitten.
Je kan ze fijn knijpen, zodoende komen de geurstoffen van de kasters door het
voer heen.
Ikzelf doe dit niet, omdat ik het smerig vind om te doen, maar na afloop gaan ze
toch kapot omdat ik het geheel met de mixer van moeders de vrouw door elkaar
heen meng.
Zodoende draaien de meeste wel kapot.
Een scheut Aromix Brasem. Dit zorgt ervoor dat het geheel een zoete geur krijgt.
Niet teveel. Ongeveer een half deel.
Een deel mais. Gooi de vloeistof die in het blikje zit niet weg,
maar doe dit bij het voer. Dit zorgt dat de maisgeur goed door het voer trekt
Gewone levende maden. Deze komen als allerlaatste in het voer.
Anders worden ze kapot gemalen door de mixer.

Bereiding:
Eerst doe je de eerste vier dingen bij elkaar.
Roer dit met een vork gelijkmatig door elkaar. Nog geen water.
Vervolgens doe je de Aromix Brasem in een beker, en gooi daar een scheut warm
water bij.
De beker roer je, zodat de Aromix zich door het water mengt.
Zodoende komt de Aromix beter door het voer.
Die beker doe je dan bij het voer, en roert dit goed door elkaar.
Dan gooi je het sap van de mais door het voer. Ook dit roer je er doorheen.
Dan gooi je een half deel mais er door.
Het andere halve deel laten we nog even in het blikje zitten.
Dan gaan we er naar behoefte water bij doen, en telkens mixen met de mixer.
De hoeveelheid water hangt af of je met de vaste stok gaat vissen of met de
feeder hengel.
Met de vaste stok moet je voerballen maken, dus moet het voer beter plakken, en
dus natter zijn.
Met de feeder hengel moet het minder nat zijn.
Dus dat is afhankelijk hoe je gaat vissen.
Maak het niet te nat, water bij doen kan altijd nog. Nu doe je de kasters er
door.
Als je daarna het geheel flink met de mixer hebt doorgeroert wordt
het een heel luchtig voer. Veel kasters gaan kapot, en vermengen zich met het
voer.
Hier kan geen zeef tegenop. Dit is het tijdstip om de rest van het mais door het
voer te roeren, maar dat doen we minder intensief, zodat de korrels heel
blijven.
Nu is het voer klaar voor gebruik. Je kan er nu mee gaan vissen,
mits je niet bent neergeslagen door je vrouw omdat je haar mixer hebt gebruikt.
Vertel haar niet dat die bruine dingetjes, die je aan snot hebt gemixt,
gepopte maden waren. Dat is goed voor een week straf.
Montage van een voerkorf.
Het succes van elke visserij valt of staat met een goede aasaanbieding, en
daarin is het feedervissen geen uitzondering.
In principe zijn er twee montagesystemen, schuivend en vast.
Hieronder wil ik een aantal van deze korf montages omschrijven.
Montage 1
Een speldwartel wordt op de hoofdlijn gezet.
Maak dan een grote chirurgenlus en nog een kleine lus in het onderste eind van
de grote lus. De speldwartel moet zich in de grote lus bevinden. Aan de
speldwartel komt nu een voerkorf. De dubbele lus doet dienst als volgt.
1.In de eerste plaats is het een zelfhaak systeem.
Wil de vis met het aas wegzwemmen dan haakt hij zichzelf
in de bek zodra de bovenste knoop in de grote lus bereikt wordt. ( dit systeem
werkt alleen als de vissen goed doorbijten ).
2.Ze verhinderd dat de voerkorf tijdens het werpen
te ver van het aas komt te liggen en zorgt er ook voor dat de korf bij het
bijvullen niet wegglijd.
3. De korf drukt tijdens de worp de kleine lus in
een hoek van 90° naar buiten en voorkomt zo het in de war raken van de lijn.
Montage 2
Montage 2 is met aangeknoopte zijlijn met enkele lus en zelfhaak systeem. Door
de speldwartel kan men vlug wisselen van voerkorf.

Montage 3
Glijdende montage met speldwartel, ( zelfhaak systeem )

Een montage met zelfhaaksysteem en dubbele lus om het doorschuiven van de korf te voorkomen.

Montage 4
Een montage met een elastiek tussenstuk, die te harde aanslagen en zware
worpen moet opvangen.
Het gedraaide deel kan vervangen worden door een gewone lus.

Montage 5
Montage Powergum : De powergum,
die tussen de onderlijn en hoofdlijn zit, werkt als buffer tijdens de worp en de
dril. De rek van de buffer zorgt er bovendien voor dat de onderlijn niet
breekt bij een harde aanbeet of plotselinge run van een wegvluchtende vis. Voor
de onhandige, of gemakzuchtige vissers, zijn er ook min of meer kant-en-klare
systemen te koop.

Montage 6
Lichte montage met voorslag van circa een meter. In de voorslag is een lus
aangebracht waaraan de voerkorf is bevestigt. De onderlijn is met een mini
connectorwartel aan de voorslag bevestigt. Dit kleine warteltje voorkomt het
kinken van de onderlijn tijdens het binnendraaien. Aan de ongeveer een meter
lange haaklijn van 14/00 monteren we de haak.

Montage 7
Montage voor gebruik met zwaardere feederhengel en zware voerkorven. Hier is
een voorslag gebruikt van 2 x de hengellengte om de enorme kracht op te vangen
van een zwaardere voerkorf. De korf wordt schuivend bevestigt in een lus. De
nylon onderlijn van 14/00 is met een mini connectorwartel aan de onderlijn
bevestigt waaraan de haak komt.

Montage 8
Balanselastiek montage.
Ontwikkeld voor een optimale beetregistratie in stromend water, maar werkt ook
in stilstaand water. Hiervoor is gebruik gemaakt van een stuk topelastiek
(groen) en powergum (rood). Het topelastiek wordt met een lus bevestigt aan de
bovenste wartel en aan de korf. Tijdens de worp zal het gewicht van de korf met
voer er voor zorgen dat het elastiek wordt uitgerekt en de korf op het kraaltje
komt te rusten. De powergum loopt nog circa 10cm door naar de tonwartel. Dit
voorkomt het in de war raken van de lijn. De totale lengte van de powergum tot
hoofdlijn is circa 55 cm. Het topelastiek is circa 17cm. In de stroming rekt de
elastiek uit en zal de feedertip circa 15cm doen doorbuigen. Hierdoor krijgt men
bij een aanbeet een veel grotere uitslag dan bij conventionele methodes.
![]()
![]()