VISSEN UIT DE NOORDZEE

Bot ( platichthys
flesus ).

Bot is de enige platvis die ver de rivieren
in durft trekken. Hij verdraagt zowel zout - brak - als zoet water. Voor zijn
voortplanting keert hij wel terug naar de zee. Ze kunnen zo'n 60 cm lang
worden. Ze worden geboren als gewone vissen ( zoals alle platvissen) maar na
een tijd verplaatst het ene oog zich richting andere oog en gaat de vis op zijn
zij zwemmen. Dit is een aanpassing aan hun leven op de zeebodem.

Schar (
limanda limanda )

Schar kan een lengte bereiken
van 42 cm, een gewicht van ongeveer 1 kg en ca 12 jaar oud worden. Zijn
leefgebied omvat het noordoosten van da atlantische oceaan, de noord - en
oostzee. Ze hebben getande schubben die bij het in de richting van de kop,
aanvoelt als schuurpapier.

Schol (pleuronectes
platessa )

Schol kan 25 tot 30 jaar
worden en bijna een meter lang worden. Deze exemplaren zijn door overbevissing
heel zeldzaam geworden. Ze leven in het noordoosten van de atlantische oceaan,
de noord - en oostzee. Ze zijn herkenbaar aan de oranje stippen op de bevenzijde
en voelen glader aan dan bot. In België worden ze ook wel eens pladijs genoemd.

Tongschar (
microstomus kitt )
Tongschar leeft vooral in de noordoostelijke
atlantische oceaan. Ze komen maar zeldzaam voor aan onze kusten omdat ze de
voorkeur geven aan een harde bodem. Ze kunnen een lengte van 30-65 cm bereiken
en hun gewicht ligt dan rond de 3 kg. Hun levensverwachting is 17 jaar.

Tong
( solea solea )

Volgens velen de lekkerste vis uit de zee.
Tong komt voor in de noord- en oostzee, middellantse zee en atlantische oceaan.
Ze kunnen ongeveer 20 jaar oud worden en hebben dan een gewicht van max. 3,500
kg bij een max. lengte van 70 cm. Door overbevissing is de lengte terug
gedrongen tot 40 cm.

Tarbot ( psetta
maxima )

Het leefgebied van de tarbot omvat de
atlantische oceaan, de noord - en oostzee. Deze vis kan 90 cm lang worden, 7kg
zwaar wegen en 20 a 30 jaar oud worden. Is eerder zeldzaam geworden door
overbevissing om zijn lekkere smaak.

Griet ( scophthalmus
rhombus )

Een volwassen griet heeft een
lengte van 45- 70 cm en een gewicht van 1 - 4 kg. Het is een uitstekend eetbare
vis en betaalt daarom ook de tol door overbevissing.

Haring ( clupea
harengus )

De grootste concentraties haringen komen voor
in de noordzee. Deze wordt dan ook wel eens: de haringkweekvijver genoemd.
Haringen worden zo'n 45 cm lang. De consumptie van haring is heel omvangrijk en
kent verschillende vormen. Zo heb je jonge haringen die nog niet aan de
voortplanting hebben deelgenomen. Ze worden maatjes genoemd. Dan heb je de pekel
- of zure haring en de rolmops die in bokalen met een pekelachtig vocht worden
bewaard. Daarnaast is er nog de bokking en als laatste de bakharing.

Makreel ( scomber
scombrus )

Makreel is een scholenvis die veelvuldig
voorkomt in de noordzee. Ze kunnen een lengte van 60 cm bereiken maar de meesten
worden niet groter dan 40 cm. Hun gewicht is dan ca 1.5 kg. Gerookte makreel is
de meest voorkomende bereiding.

Horsmakreel (
trachurus trachurus )

De horsmakreel komt algemeen voor langs onze
kust waar hij in scholen leeft. Ze kunnen een lengte bereiken van 40 tot 70 cm
en een gewicht van bijna 1 kg. Bij ons is de visvangst erop alleen belangrijk
voor de visverwerkende bedrijven die er vismeel van maken. In Portugal worden ze
wel gegeten.

Geep ( belone belone
)

Geep is een roofvis die in het voorjaar langs
onze kusten trekt. Het is een lange vis met een heel spitse bek. De graat heeft
een groenachtige kleur. Ze kunnen meer dan 90 cm lang worden en een gewicht van
1.300 gr hebben.

De Dik en Dunlip
Harder ( mugil curema )

De harder is een zout- en brakwatervis die je
kan tegenkomen in haventjes langs onze kusten. Ze kunnen een lengte van 90 cm
bereiken en wegen dan zo'n 4 kg. Het is een zeer schuwe vis en daarom ook heel
moeilijk te vangen.

Kabeljauw ( gadus
morhua )

De kabeljauw komt voor in de noordzee en de
atlantische oceaan. Hij kan tot150 cm lang worden en heeft dan een gewicht van 40
kg. Deze vis wordt erg op prijs gesteld om zijn smaak en kent dan ook heel wat
bereidingswijzen. Kleine kabeljauw noemt men gul, gedroogde kabeljauw stokvis of
klipvis.

Schelvis (
melanogrammus aeglefinus )

Schelvis is een familielid van de kabeljauw.
Ze worden niet zo groot, max. 105 cm en wegen zo'n 14 kg. Ze zijn herkenbaar
aan de zwarte vlek onder de eerste rugvin. Ze leven in koud water en de grootste
exemplaren worden dan ook in de noordelijke noordzee gevangen. Aan onze kusten
zie je dan meestal jonge vissen.

Wijting
( micromesistius poutassou )

De wijting komt voor in de kustwateren van
IJsland - het noordoosten van de atlantische oceaan - de middelllandse zee -
zwarte zee. Ze kunnen ee, lengte bereiken van max 70 cm en een gewicht van max
3 kg, afhankelijk van de plaats waar ze leven. De ijslandse soort wordt het
grootst. De zwarte zee populatie wordt max 20 cm lang. Deze vis is vooral bekend
omdat hiervan de beste lekkerbekjes gemaakt worden.

Rode Poon ( aspitriga
cuclus )

De rode poon of knorhaan komt regelmatig voor
in de noordzee. In de winter trekt hij naar warmere waters. Hij kan een lengte
van 75 cm bereiken. Het is een bodemvis die zich gedeeltelijk ingraaft om zo
zijn prooi te verschalken. Naast de rode komt ook nog de grauwe en de engelse
voor. Deze zijn wel kleiner.

Zeebaars (
dicentrarchus balrax )

De zeebaars is een
zomergast. In de winter trekt hij naar warmere waters zoals de middellandse zee.
Volwassen kunnen ze een lengte van 100 cm en een gewicht van 9 kg bereiken. Het
vlees is smakelijk en daarom wordt deze vis steeds belangrijker voor de
visserij.

Hondshaai
( scyliorhinus canicula )

De hondshaai komt voor in
ondiepe zeeën met zanderige of modderige bodem. Het gewicht van de volwassen vis
schommelt tussen de 5 en 10 kg bij een lengte van 60 tot 100 cm. Deze soort is
van weinig belang voor onze visserij.

Koolvis ( pollachus
vireus )

De koolvis of pollak komt voor in de
noordelijke ijszee en in de westelijke atlantische oceaan. Hij kan 25 jaar oud
worden en een lengte van 130 cm bereiken. Het vlees wordt ondermeer gebruikt
voor de bereiding van vissticks.

Congeraal ( conger
conger )

De congeraal is geen vaste bewoner van de
noordzee maar toch komt hij af en toe eens langs. Hun leefgebied is de rotsige
kusten van de atlantische oceaan. Ze kunnen een lengte bereiken van 3.50 m. De
rugvin begint ter hoogte van de borstvin en eindigt aan de staartpunt.

Pijlstaartrog (
dasyatis pastinaca )

De pijlstaartrog komt in de zuidelijke
noordzee, middellandse zee en noordelijke atlantische oceaan voor. De stekels op
zijn staart zijn giftig. Ze kunnen meer dan 150 cm lang worden.

Europese Zeekreeft ( homarus
gammarus )

Deze kreeft is het grootste geleedpotig dier
dat in de noordzee voorkomt. Ze kunnen een lengte bereiken van 75 cm en een
gewicht van 4 kg. Hun maximale leeftijd is 40 jaar.

Grijze Garnaal (
crangon orangon )

De grijze garnaal is ondanks de intensieve
bevissing nog redelijk goed vertegenwoordigt in de noordzee. Ze worden tussen de
5 en 9 cm groot en hun levensverwachting is 3 jaar. Om te ontkomen aan een
belager is de grijze garnaal het snelste dier uit de noordzee.

Mossel ( mytilus
edulis )

De mossel is wel algemeen bekend. Wie heeft
er nooit frites met mosselen gegeten? Ze kunnen 8-9 jaar oud worden. Ze leven in
zogenaamde mosselbanken. Dat zijn plaatsen waar de bodem het toelaat dat ze zich
kunnen verankeren om wegspoelen door de getijdestroming te voorkomen. Ze
verankeren zich door byssusdraden. Deze worden afgescheiden door de voetklier.
Ze kunnen 6 uur in leven blijven als ze bij laag water boven water komen te
liggen.

Zeester ( asterias
rubens )

Zeesterren zijn ook algemeen aan onze kusten.
Ze kunnen een doormeter van 30 cm bereiken. Normaal zijn ze 5-armig maar doordat
elke arm de zelfde set organen bevat, kan een arm bij verlies niet alleen terug
aangroeien maar ook kan die ene arm weer uitgroeien tot een normale zeester. Het
menu van de zeester bestaat vooral uit mosselen.

Heremietkreeft (
eupagurus bernhardus )

Het bijzondere aan deze kreeft is dat hij
woont in een veroverde of gevonden schelp van een ander zeedier ( wulk of andere
zeeslak). Dit heeft tot gevolg dat hij soms zal moeten verhuizen wil hij kunnen
groeien. Ze worden ongeveer 10 cm lang. De ene schaar is beduidend groter dan de
andere en dient in hoofdzaak voor de verdediging.

Noordzeekrab ( cancer
pagarus )

De noordzeekrab komt veelvuldig voor aan onze
kusten en is de grootste krabachtige uit de noordzee. Zijn schild kan 25 cm lang
worden. Ze houden zich het liefst op in scheepswrakken en hun voedsel bestaat
uit trage weekdieren zoals zeesterren. Om te kunnen groeien wisselen jonge
krabben om de maand van schild, grotere om het jaar.

De fint (Alosa fallax)

De fint is een vis uit de haringfamilie. De fint is
zilverkleurig op de flanken met een iets donkerdere rug. Ze hebben over het oog
een doorzichtig vlies zitten. De elft kan tot 80 cm groot worden. De fint is
zeer nauw verwant aan de elft en is daarvan moeilijk te onderscheiden. Volwassen
elften leven in de zee en trekken het zoetwater in om zich voort te planten in
de benedenloop van grote rivieren (anadroom). Finten voeden zich aasgarnalen,
kleine kreeftachtigen en jonge vis. De fint is door overbevissing sterk
achteruit gegaan in de vorige eeuw. Ze worden nog wel aangetroffen in de
Nederlandse kustwateren en vermoed wordt dat ze zich tegenwoordig ook weer
voortplanten.

De Elft (Alosa alosa)

De elft ook wel meivis genoemd .De elft is een haringachtige vis
van het geslacht Alosa evenals de Fint . De haringachtige kenmerken zijn het
zilverkleurige uiterlijk, de opvallende bovenkaak en de sterk gepunte staartvin.
Opvallend is het oog dat met een doorzichtig vlies is overdekt.
Het onderscheid maken met de fint is vrij eenvoudig. De elft heeft één zwarte
stip achter de kiewdeksel, de fint heeft vijf of zes zwarte stippen op de
flanken. Dit kenmerk is echter niet al te betrouwbaar. Anatomisch kunnen de
soorten onderscheiden worden door de veel fijnere kieuwzeefvan de elft 90-120
uitsteeksels tegen 40-60 voor fint).
In Nederland wordt de fint weer veel gezien in het kustwater, zodat er ook een
erg grote kans is op hybriden, omdat de elft nog zeer zeldzaam is in onze
wateren en dus een grote kans heeft om met een fint te paren.

Leng (Molva molva)

De leng is een vis uit de familie van lotidea, orde
schelvisachtigen (Gadiformes), die voorkomt in het noordwesten
en het noordoosten van de Atlantische Oceaan , Noordzee en
Middellandse Zee. De leng kan een lengte bereiken van 200 cm en
kan maximaal 25 jaar oud worden (zelden over 160 cm). Van de
zijkant gezien heeft het lichaam van de vis een langgerekte
vorm, van bovenaf gezien is de vorm het beste te typeren als
cirkelvormig. De kop is min of meer recht. De ogen zijn zijn
normaal van vorm en zijn symmetrisch.De vis heeft
één zijlijn en de ruggengraat bevat 63 tot 65 wervels. De soort
heeft twee rugvinnen en één aarsvin. Er zijn geen dorsale
stekels. Wel zijn er 75 tot 83 dorsale stralen en 58 tot 64
anale stralen.

De Europese zeebaars of
zeebaars (Dicentrarchus labrax)

De Zeebaars is een straalvinnege vis
uit de familie van Moronide en behoort derhalve tot de orde van
baarsachtigen (Perciformes). De vis kan een lengte bereiken van
103 cm. De hoogst geregistreerde leeftijd is 15 jaar. Hij moet
niet verward worden met de Zaagbaars (Familie Seranidea) uit
dezelfde orde. De zeebaars komt zowel in zoet als zout water
voor. Ook in brakwater is de soort waargenomen. De vis
prefereert een subtropisch klimaat en leeft hoofdzakelijk in de
Atlantische Oceaan. Bovendien komt de zeebaars voor in de
Middellandse Zee. De diepteverspreiding is 0,5 tot 100 m onder
het wateroppervlak.

De pollak of witte koolvis (Pollachius
pollachius)

De Pollak is een straalvinnege vis uit de
familie van de schelvissen (Gadidae) en behoort derhalve tot de
schelvisachtigen ( Gadiformes ) De vis kan een lengte bereiken
van 130 cm . Zelden over 75 cm of 8 jaar. De pollak is een
zoutwatervis. In brak water is de soort nog nooit aangetroffen.
De vis prefereert een gematigd klimaat en leeft hoofdzakelijk in
de Atlantische Oceaan. De diepteverspreiding is 0 tot 200 m
onder het wateroppervlak . Maar komt ook in de Noordzee voor bij
de Noorse kust.

De steenbolk of steenwijting
(Trisopterus luscus)
.jpg)
De Steenbolk is een vis uit de orde der
Schelvisachtigen. Gebakken steenbolk staat bekend onder de naam
lekkerbekje of speciaaltje. De steenbolk bereikt een
lengte van ca 45 centimeter en is qua uiterlijk te vergelijken
met een kabeljauw maar heeft als onderscheidend kenmerk een
korter en hoger lichaam vanaf de zijkant gezien. Een volwassen
exemplaar kan een halve meter lang worden. De rug is koperbruin
met een goudachtige lichtgevende schijn en de kleur verloopt
naar lichter rossig bruin op de zijkanten. Verticaal over het
hele lichaam bevinden zich donkerder strepen. De mond is spits
van vorm met een baarddraad aan de onderzijde.

